STAPHORST – De komst van een uitkijktoren in het bosgebied langs de Lankhorsterweg gaat door. De hoogste bestuursrechter van het land oordeelde vandaag dat bezwaren van omwonenden ongegrond zijn. Het plan van de gemeente Staphorst en de provincie Overijssel om een zeveneneenhalve meter hoge toren te realiseren, gericht op het bieden van uitzicht over het Reesdal voor recreanten, kan zodoende doorgang vinden.
Bewoners van een nabijgelegen woning hadden in twee procedures hun zorgen geuit over de aantasting van hun privacy door de toekomstige uitkijktoren en de aanleg van wandelpaden in het bos. Zij vreesden inkijk in hun tuin door bezoekers met telelenzen. De Raad van State oordeelde echter dat de afstand van 340 meter tussen de woning van de bezwaarmakers en de geplande locatie van de toren te groot is om daadwerkelijke overlast te ondervinden. Hierdoor werden de bezwaren als niet-ontvankelijk verklaard.
Het betreffende bosgebied is in eigendom van de huidige bewoners van de naastgelegen woning en paardenhal. Zij hadden van de gemeente een vergunning gekregen voor de ontwikkeling van een paardenbedrijf, waarbij de realisatie van het uitkijkpunt en natuurontwikkeling onderdeel van de afspraken waren. Tijdens de zitting werd duidelijk dat de huidige eigenaren binnenkort zullen verhuizen en dat er nieuwe bewoners komen. Het is nog onzeker of de nieuwe eigenaar de bouw van de uitkijktoren zal voortzetten.
Ondanks de afwijzing van hun bezwaren, is er voor de omwonenden wel een tegemoetkoming. De provincie Overijssel moet de proceskosten van het stel vergoeden in de procedure die gericht was tegen de kap van bomen en de aanleg van paden. Hoewel ook in deze zaak de bezwaren niet-ontvankelijk werden verklaard, zag de Raad aanleiding om de gemaakte juridische kosten te vergoeden, wat neerkomt op een bedrag van ruim 2.000 euro. De uitspraak van de Raad van State over de realisatie van de uitkijktoren wordt voor de zomer verwacht.


